Artikelen

‘We zitten hier toch als witneus.’ Parool

De Islamitische terreurgroep Boko Haram rukt op in Nigeria. Daarmee neemt de dreiging voor het werk van de Nederlandse Leprastichting in het land toe.

“Ik maak me steeds meer zorgen,” vertelt Lex Merlijn (57). Hij is vertegenwoordiger van de Leprastichting in Nigeria. “We zijn nagenoeg de enige internationale hulporganisatie in dit gebied.” Het hoofdkantoor van de Nederlandse Leprastichting zit in Nederland in Amsterdam. In Nigeria zit de stichting in Jos, niet ver van het door Boko Haram bezette gebied in het uiterste Noordoosten.

 

De Islamitische terreurgroep Boko Haram rukt op in Nigeria. Daarmee neemt de dreiging voor het werk van de Nederlandse Leprastichting in het land toe.

“Ik maak me steeds meer zorgen,” vertelt Lex Merlijn (57). Hij is vertegenwoordiger van de Leprastichting in Nigeria. “We zijn nagenoeg de enige internationale hulporganisatie in dit gebied.” Het hoofdkantoor van de Nederlandse Leprastichting zit in Nederland in Amsterdam. In Nigeria zit de stichting in Jos, niet ver van het door Boko Haram bezette gebied in het uiterste Noordoosten.

Boko Haram wint steeds meer terrein, vertelt Merlijn. “Deze maand zijn twee nederzettingen in de buurt van Gombe aangevallen. Ze hebben al eerder aanslagen gepleegd in Maiduguri. Als deze twee steden vallen kan de situatie voor ons wel eens kritiek worden.” Gombe en Maiduguri liggen op een halve en een hele dag rijden van Jos.

Merlijn voelde zich de eerste twee jaar veilig in Jos. Maar toen werd één van de Nigeriaanse collega’s thuis overvallen. “Daarna hebben we al onze logo’s verwijderd van het kantoor en onze auto’s. Buitenlanders zijn al eerder ontvoerd en we zitten hier toch met twee witneuzen.”

De Leprastichting werkt samen met  dertien staten en tien ziekenhuizen in Noord-Oost Nigeria. Het land telt elk jaar een paar duizend nieuwe leprapatiënten. Borno, waar Boko Haram is begonnen, is een van de staten waar de stichting actief is. “Maar in een deel van die staat is nu het kalifaat uitgeroepen. Daar kan het lepraprogramma niet veel meer doen.” Wat er met de leprapatiënten is gebeurd, weet Merlijn niet. “Ik denk dat ze gevlucht zijn met de massa, voor zover ze dat konden.”

Merlijn is dagelijks met zijn veiligheid en die van zijn collega’s bezig. Afgelopen mei was Jos doelwit van twee bomaanslagen, één op de markt en vlak daarna een tweede bij een ziekenhuis waar iedereen na de eerste aanslag naartoe vluchtte. 118 mensen stierven. Merlijn: “Die markt meed ik al langer. Ik ben er één keer geweest, maar voelde me er niet prettig met al die mensen op een kluitje, zonder vluchtwegen.”

Om overheden te tarten, zo denkt Merlijn, werd in december op precies dezelfde plek weer een bomaanslag gepleegd, dit keer met zo’n veertig doden. Sindsdien koopt hij zijn eten niet meer in de stad, maar bij stalletjes langs de weg of een kleine supermarkt vlakbij zijn kantoor.

Deze week bezocht Merlijn een rehabilitatiecentrum in het plaatsje Mangu, een uur rijden van Jos. Vooraf belt hij het centrum: is het veilig op de weg? Tussen Jos en Mangu zijn conflicten geweest tussen veetelers en landbouwers. Sinds de opkomst van Boko Haram zijn beide groepen veel zwaarder bewapend. Onderweg neemt Merlijn verrekijkers en een satelliettelefoon mee. “Zo zien we of er verderop een checkpoint is. Dat kan een gewapende overval zijn.”
Merlijn vermoedt dat het leger wapens levert aan Boko Haram. “Het is een hardnekkig gerucht. In de staat Adamawa overviel Boko Haram het geboortedorp van een van onze projectmanagers. Het leger was als eerste weg, met achterlating van tanks en ander materieel.”

Het leger blijkt incompetent vindt hij. “Boko Haram won het afgelopen jaar steeds meer terrein. Noord Adamawa en het noordoosten van Borno tot aan Maiduguri en Gombe: het begint met kleine aanvallen, totdat ze een gebied innemen. Gelukkig doen ze geen internationale oproepen om strijders te trekken. Dan zou ik helemaal mijn hart vasthouden.”
Ook de komende verkiezingen eind maart vormen een geweldrisico. Jos ligt op op de grens van het islamitische noorden en het christelijke zuiden. In 2010, na de komst van Boko Haram leefde etnisch geweld tussen deze bevolkingsgroepen in de stad opnieuw op. Sindsdien is het wederzijds wantrouwen zeer groot.

Voor de verkiezingen slaat de Leprastichting voldoende voedsel en water in en worden veiligheidsprocedures getest. “Als het fout gaat wordt het meteen gemeld aan het hoofdkantoor in Amsterdam. Dan treedt de evacuatieprocedure in werking, zoals bellen met alle busmaatschappijen over veilige vluchtwegen.”

Aan vertrekken denkt Merlijn echter niet: “Ik werk nog steeds met veel plezier. Wij werken hier bovendien veertig jaar, als we nu zouden stoppen is alle geboekte vooruitgang snel weer tenietgedaan.”

 

Geef een antwoord